Twee werelden

Een jaar of acht geleden zat ik in de auto op weg naar huis na een sollicitatiegesprek. Het gesprek dat het uur daarvoor had plaatsgevonden, maalde door mijn hoofd. Gedachtes en gevoelens wisselden elkaar in rap tempo af. Het was voor het eerst in twee jaar dat ik mezelf weer aan het werk zag. Na twee jaar van intensieve zorg en overweldigende zorgen in ons eigen kleine gezinswereldje, stond de deur naar de buitenwereld opeens weer op een kier. Nog voordat ik thuis was, zat die deur weer stevig dicht. Die buitenwereld was nog veel te groot.

Het was niet het eerste sollicitatiegesprek dat ik in die tijd had. Ik was niet gestopt met werken omdat ik niet meer wilde werken, maar omdat ik wist hoe moeilijk dat zou zijn te combineren met de zorg voor Flo. Zo’n anderhalf jaar na de geboorte van Flo begon ik me weer te oriënteren op de arbeidsmarkt, dat leek mij wel eens tijd worden. Het was weliswaar niet het eerste gesprek dat ik voerde maar het was wel het eerste gesprek dat ik afsloot met een vrij groot gevoel van zekerheid dat ik teruggevraagd zou worden voor een volgend gesprek, de wederzijdse klik was onmiskenbaar. Dit was een organisatie waar ik me thuis zou kunnen gaan voelen, met collega’s die me zouden kunnen inspireren, en werk dat me voldoening zou kunnen geven. Toch was het juist dat positieve gevoel dat me op dat moment deed beseffen dat ik daar nog niet aan toe was.

Kennelijk was het idee om weer aan het werk te gaan tot dat moment zo abstract geweest, dat ik de onmogelijkheid ervan niet kon overzien. Tot het moment dat het opeens heel dichtbij kwam.

‘Geef het even tijd,’ zei Ot, ‘denk er rustig over na.’ Maar voor mij was het duidelijk. Kort daarna belde ik met mijn contactpersoon en legde de situatie uit. Ze was begripvol maar sprak ook haar teleurstelling uit; ze hadden inderdaad al snel besloten dat ik een voorkeurskandidaat was bij de tweede gespreksronde waar ze me voor uit zouden nodigen. Kon ze me nog overhalen? Mijn gevoel was echter kristalhelder. Dit kwam voor mij te snel. Voor mij, voor Flo, voor ons hele gezin. Als ik nu de zorg zou loslaten, zou dat ons wankele evenwicht ontwrichten. Maar misschien nog wel belangrijker: ik kon het gewoon nog niet. Ik was in de afgelopen twee jaar veranderd. Ik was teleurgesteld door het leven en tegelijkertijd had het leven me positief verrast. Ik was geknakt als moeder maar daarna gesterkt als mens. Ik was maandenlang verpleegster, maakte medicijnen klaar, gaf injecties en kende alle kinderartsen en afdelingen van het ziekenhuis maar had nauwelijks meer gedacht aan werken en het leven dat daarbij hoort. Ik was continu onzeker, bang en moegestreden.

Ik was het zorgen zo vreselijk zat, maar wilde tegelijkertijd niets anders. Hier kom ik nooit meer uit, dacht ik.

Een maand of acht later kwam er een organisatie op mijn pad die me direct aansprak. Ik stuurde een open sollicitatie en een paar weken later had ik een baan voor 24 uur per week, op bijna een uur rijden van ons huis. ‘Dit wordt wel ingewikkeld,’ zei Ot, ‘kun je niet beter hier in de buurt iets zoeken?’ Maar dit was de baan die ik wilde. Dus we gingen ervoor. Deden een beroep op ons netwerk, screenden mogelijke oppassen en vonden voor Flo een plekje op het kinderdagverblijf waar Em ook heen ging. Ik kan in alle eerlijkheid zeggen dat het eerste jaar dat ik weer werkte, ons bloed, zweet en tranen heeft gekost. We huilden letterlijk toen we erachter kwamen dat de oppas waar we Flo aan toevertrouwden er een potje van maakte. En we huilden weer toen mijn moeder aanbood om elke week de andere kant van het land te komen om op te passen voor zolang als dat nodig was. We waren boos als we Flo kwamen ophalen bij het kinderdagverblijf en hem alleen in een hoekje op de grond zagen liggen. We waren doodmoe omdat Flo nog altijd elke nacht meerdere keren wakker was maar ik wel om 7.00 uur de deur uit moest. Ik voelde me aan alle kanten tekortschieten, zowel thuis als op kantoor. Soms leek niets logischer dan het bijltje erbij neer te leggen en gewoon terug te gaan naar de overzichtelijke en vertrouwde situatie van zorgmoeder. Maar ik wist ook dat ik dat eigenlijk niet wilde.

Ik weet nog dat ik tijdens mijn sollicitatiegesprek met mijn huidige werkgever onze thuissituatie uitlegde en zei: ‘Ik wil dit heel erg graag, maar ik kan niet voorspellen hoe het zal gaan lopen.’

Misschien heeft dat geholpen. Ik ben altijd open en duidelijk geweest over waar ik tegenaan liep en wat ik nodig had. Dat mijn werkgever ongelooflijk meedenkend en flexibel hierin is geweest, is denk ik de belangrijkste reden dat het me gelukt is om mijn twee werelden met elkaar te combineren. Het vertrouwen dat zij uitspraken was enorm waardevol, zeker op de momenten van twijfel. Maar ook de onvoorwaardelijke steun van Ot. In het begin zaten we elke week samen aan tafel met de agenda voor ons om te bespreken hoe we het die week gingen doen en hoe we eventuele gaatjes konden dichten. Wie had ruimte in zijn agenda, kon eventueel wat eerder thuiskomen of later weggaan, wie zou verder kunnen bijspringen. We leerden om hulp te vragen, en merken dat die vaak met liefde gegeven wordt. We moesten leren loslaten, en realiseerden ons dat dat makkelijker gezegd dan gedaan is. We ontdekten hoe we onze tijd moesten verdelen, en dat de tijd voor onszelf dan vaak niet overbleef. Maar dat was het waard want het heeft niet alleen mij, maar ons hele gezin sterker gemaakt.

En dat hebben we samen voor elkaar gekregen.

Uiteindelijk vonden we voor de jongens een geweldig oppas in de buurt en daarbij een fijne plek voor Flo op het kinderdagcentrum. Em ging al snel naar school en pendelde met lieve buren mee tot hij groot genoeg was om zelf heen en weer te fietsen. Langzaam werd ons wankele kaartenhuis steviger en raakte het leven waarin wij beiden werken meer en meer in balans. Waarom ik er destijds opeens wel klaar voor was om te gaan werken, weet ik niet. Wat niet iedereen zich realiseert, is dat ik toen ook de keuze heb gemaakt om de zorg voor ons kwetsbare kind voor een groot deel uit handen te geven. Ik denk dat ik die beslissing eerder gewoon nog niet kon nemen. De eerste paar jaar heb ik veel getwijfeld over die keuze, maar inmiddels sta ik er helemaal achter. Misschien is dat ook wel een voorwaarde om én een goede moeder én een goede professional te zijn. En daar ook van te kunnen genieten. Ik zeg wel eens dat ik mijn werk nodig heb om thuis de zorg vol te kunnen houden. Dat is misschien niet helemaal waar, maar het helpt wel. Na elk weekend van overweldigende liefde, aandacht en zorg voor mijn mannetjes, begin ik opgelucht aan een nieuwe werkweek vol inspiratie, samenwerking en uitdagingen. En na elke werkdag kan ik niet wachten om weer naar huis te gaan, waar verhalen, knuffels, enthousiaste geluiden en natte zoenen op me wachten.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

Blog at WordPress.com.

Up ↑

%d bloggers like this: